Mijn pa

Het is nu ruim twee maanden geleden dat mijn vader is overleden. Wat ik al een beetje had verwacht is dat ik mijn vader niet echt heel erg mis. Zo af en toe dan scheld ik wel hardop tegen ‘m als ik zelf niet lekker in mijn vel zit, me moe voel en dus weer zo’n huildag heb, en vraag ik hem hardop waarom het zo’n zuurpruim was en waarom hij nou niet zo’n heerlijke vader was die ‘anderen’ wel hebben of zoals hij vroeger was, in mijn kinderjaren. Maar afijn, dat ik een dochter van hem ben, zegt niet automatisch hoe je je moet voelen. Mijn leven gaat door en af en toe denk ik aan hem, maar niet meer met zo’n knoop in mijn maag zoals ik – toen hij nog leefde – wel had.

Voor mijn moeder is het een heel ander verhaal. Zij is nog nooit alleen geweest en voor haar is het heel erg wennen. Dan geeft ze weer seintjes dat ze zich eenzaam voelt, maar het vervelende is dat wij dat gevoel niet kunnen doen laten verdwijnen. Ze mist mijn vader, ondanks hoe hij vaak was tegen haar, maar het lijkt mij logisch na 53 jaar samen. Nu moet zij wennen aan het alleen zijn, als je daar al aan kúnt wennen. Meestal kunnen vrouwen zichzelf wel bij de lurven vatten en doorgaan, waar mannen nog al eens willen wegkwijnen. Maar eenvoudig is het niet. Een heel nieuw ritme opbouwen, het zelf moeten klaren, alleen maar boos op jezelf kunnen zijn als je wat kwijt bent bijvoorbeeld, het leven nogal nutteloos gaan vinden, uren op de bank zitten achter het venster, denkend: 'ik moet mijn dag nuttig besteden’ maar geen puf of energie hebben om die dag ‘nuttig’ te maken. Ja, ik weet er alles van. Ben ook een tijd lang alleen geweest. Dan lig je in je bed en volgens jou ligt de hele wereld gezellig met z’n tweeën en ben jij de enige die daar alleen ligt. Wat natuurlijk niet zo is, maar zo voelt het wel.

En hoe sla je je daar nou doorheen…. Ik sportte in die tijd best veel. Dat is ook de reden waarom ik op zondagmorgen ging hardlopen, want dan was de dag al half voorbij. En verder. Ja. Je komt er uiteindelijk achter – ik toch – dat het allemaal in je eigen handen ligt. Je kunt van niemand anders behalve jezelf verwachten dat ze je uit die eenzaamheid halen. Want zelfs met honderd mensen om je heen kan je je nog eenzaam voelen. Het is dat gemis van die ene persoon, dat ene mens wat voor jou leeft. En als die weg valt, is dat een hele zware dobber waar je mee moet leven. Dan heb je twee wegen: één van oneindig lijden en het niet meer zien zitten, depressief worden, of de ander van veel hobbels en gaten, maar waar wel zo af en toe de zon schijnt. Het mooie zien om je heen, in de bomen die uitbotten, in de vogeltjes die heen en weer vliegen. Het mooie voelen: de wind, de zon, de geuren. Het leven is te mooi om depressief te zijn. Depressief word ik alleen van anderen, van het nieuws, van al dat gezeur. In feite leef je in je eigen wereld en kan je die wereld zo mooi maken als je wilt en daar past dan eventueel altijd wel iemand anders bij.

Die sombere dagen zullen altijd wel blijven. Daar heb ik zelfs nog vaak last van. Ik ben al melancholisch van aard en kan dan af en toe behoorlijk depressief zijn. Huildagen heb ik ook nog steeds en ook al zou dan je man of vrouw bij je in de buurt zijn, dan nog is het niet altijd gezegd dat die persoon dan precies doet waar jij op dat moment dan behoefte aan hebt: een arm om je heen en gewoon alleen maar vasthouden. Dat gebeurt alleen in films.

Maar het zal nog wel even duren voordat ze haar draai heeft gevonden en achterom kan kijken en denken: ja, ik had het moeilijk toen, maar ik heb mezelf er doorheen geslagen en zie waar ik nu sta. Ik ben dan wel oud, maar tel nog mee, al is het alleen voor mezelf of voor mijn kinderen. Ik hoop oprecht dat mijn moeder de kracht vindt om verder te gaan en die laatste dertig jaar – ja, je weet het toch nooit – nog iets moois ervan te maken, op haar manier, in hun huis, hun grote huis. Het huis vol herinneringen. Maar ze wil er niet weg, wat natuurlijk logisch is, maar aan de andere kant ook onpraktisch. Een drive-in woning met de woonkamer op de eerste verdieping, een huis met te veel onpraktische trappen. Geen toilet op de woonverdieping. Wel eentje beneden en eentje boven.

Dan heeft ze het over verbouwen. Maar verbouwen kost geld. Ik weet nu hoeveel en dat valt best tegen. Je moet het ook afwegen tegen de waarde van de woning en je eigen mobiliteit. Het mooiste zou zijn als zij een woning zou kunnen krijgen waar alles gelijkvloers is. Maar kan me ook voorstellen dat je dan helemaal geen binding hebt met zo’n huis. Alles nieuw, geen herinneringen, geen sfeer, niet van jou. Hoe moeilijk het dan ook is, dan zul je moeten omgaan met al die herinneringen. Bij alles wat je oppakt en doet, je blijft het tegen komen. En ik denk dat dat wel goed is voor de verwerking, maar het kan daardoor wel lang duren. Op een gegeven moment moet je kunnen zeggen: hij is er niet meer, zo is het, het is zo. Hij zit in mijn hart en that’s it. Time to move on.

En wij – kinderen – hebben ons eigen leven, hebben onze eigen zorgen of wonen niet echt in de buurt. Dat drukt wel eens als bezwaarlijk op mijn geweten, maar wat kan ik daar aan veranderen? Ik kan niet verhuizen, ik kan het verkeer niet naar mijn hand zetten, ik kan niet stoppen met werken, ik kan onze maatschappij zoals wij leven niet veranderen. Het enige wat gedaan kan worden is dat mijn moeder in deze buurt zou komen wonen, maar dan woont mijn broer en zijn gezin weer ver weg. Halverwege dan? Nee, dat werkt ook niet. Nu is het zo dat als mijn moeder zich niet goed voelt of iets nodig heeft, mijn broer of diens vrouw even kunnen binnenwippen en er voor haar zijn. Ik kan dat vooralsnog enkel op afstand, via Skype en telefoon. Als ik later oud word, heb ik dát zelfs niet.

De moeder van mijn directeur leeft ook nog. Die is inmiddels in de negentig en woont in Amsterdam. Mijn directeur rijdt zo af en toe even op en neer naar Amsterdam en ook nog regelmatig in het weekend. Maar ja, dat is hooguit twintig minuten rijden dus dan doe je dat ook veel sneller. Soms benijd ik hem wel, dat hij dat zo makkelijk doet en kan. Vooral dat laatste natuurlijk want dat is het voordeel als je eigen baas bent. Daarnaast werkt diens vrouw als pedicure aan huis dus zij kan haar agenda ook zo invullen als zij wil, dus erg flexibel. Heerlijk lijkt mij dat. Dus hij kan veel meer tijd besteden aan haar. Hij rijdt dan effe op en neer, maar blijft daar dan ook niet lang en rijdt weer terug, in de tussentijd doet hij dan een boodschap voor haar of zo of haalt een kroket (vindt ze lekker…). Maar gewoon zo’n heerlijk flitsbezoekje wat mij ook zo heerlijk lijkt. Maar als wij gaan is het vaak voor een paar uur en dan ben je je hele dag kwijt, hoe gezellig het dan ook is. En aangezien wij ook maar twee vrije dagen per week hebben, komt het niet altijd uit en hebben wij daar ook niet altijd zin in. Het zou inderdaad zo veel gemakkelijker zijn als we bij elkaar in de buurt zouden wonen maar het is nu eenmaal niet zo en dat moet worden geaccepteerd, zowel door mij als door mijn moeder. Als zij zich zo eenzaam voelt, zou ik haar het liefst ook even willen omarmen en zeggen: 'Alles komt goed schatje', en dat gaat nu gewoon niet.
En dat is best jammer.

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Hoi. Leuk dat je komt buurten. Je kunt hier een reactie achterlaten.

IK GA VERHUIZEN!!!

Ik ga verhuizen. Dames en heren, boeren en buitenlui, lieve lezers: gaan jullie met mij mee? Please, please, please? Ik vervolg ...